GAR en PAR

Groeps Agressie Regulatie en Persoonlijke Agressie Regulatie Training

Sporten en praten om agressief gedrag inzichtelijk te maken en te reduceren.

De bijeenkomst duurt twee uur, waarvan de helft wordt besteedt aan intensief sporten. Elke bijeenkomst een ander sport onderdeel. Tijdens het sporten wordt het voor de trainers duidelijk hoe de deelnemers zich uitten in sport en beweging en welke handvatten ze hen tijdens het tweede deel van de training kunnen aanreiken.

In 8 bijeenkomsten leren de deelnemers omgaan met agressief gedrag van zichzelf en van anderen.
Er wordt getraind op alternatieve gedragingen om te voorkomen dat men zich non-verbaal, verbaal of fysiek agressief blijft gedragen.

De GAR-training is sekse specifiek. Door te praten, oefeningen te doen, door een koppeling te maken met sport en theorielessen krijgen deelnemers inzicht in het eigen agressiegedrag en worden vaardigheden geleerd om met eigen en andermans agressie om te gaan.

Het gaat in deze training vooral om de agressieroute van non-verbale, verbale en fysieke agressie. Door gebruikmaking van verschillende instrumenten (zoals het frustratievat, de thermometermethode, een rollenspel en themabesprekingen) komen deelnemers tot inzichten die hen helpen met gedragsverandering.

Doelstelling:
Het verkrijgen van handvatten om risicofactoren te verminderen en het versterken van de potentiële mogelijkheden om zich constructiever te gedragen.
Door het in beeld brengen van de verschillende risicofactoren en het trainen van beschermende factoren wordt de deelnemer in staat gesteld om zijn of haar agressief gedrag beter te hanteren waardoor de kansen op recidive verminderen.

De volgende ontwikkelingstaken spelen hierbij een rol:
Cognitieve Factoren
Risicofactoren Beschermende factoren
• Het maken van denkfouten, cognitieve vervormingen leiden tot verkeerde
   percepties en vooroordelen. 
• Leren denken en redeneren 

Sociale factoren
Risicofactoren Beschermende factoren
•  Onvermogen zich in te leven in anderen
    (weinig schuldgevoel)
•  Onvermogen zichzelf en anderen te corrigeren
•  Problemen met het opbouwen en in stand houden van relaties
•  Onvermogen in uiten van gevoelens (weinig empatisch
    vermogen)
•  Leren perceptie breder te zien (de wereld te zien vanuit het
    perspectief van de ander)
•  Jezelf leren waarderen en verantwoordelijkheid nemen
•  Respect voor anderen leren krijgen
•  Anderen aanspreken op gedrag

Morele factoren
Risicofactoren Beschermende factoren
• Snel oordelen over anderen
• Niet nadenken over goed en fout
• Leren reflecteren en moreel redeneren
• Nadenken over gevolgen van het delict voor slachtoffers 

Er ligt in de training een sterk accent op de sociale factoren (er zijn geen specifieke op morele en cognitieve ontwikkeling gerichte trainingsmomenten ingebouwd, maar deze aspecten spelen wel voortdurend een rol van betekenis. Uiteraard wordt zoals al eerder aangegeven een sterk accent gelegd op de seksespecifieke elementen.

De opdrachtgever krijgt een uitvoerig verslag met daarin de aanbevelingen voor de verdere begeleiding.

De GAR is door Bureau GRIP in licentie gekocht en verder ontwikkeld.



Meer informatie over deze cursus? Klik hier.