SoVa training
Sociale Vaardigheidstraining
De doelstelling van de sociale vaardigheidstraining is mensen individueel of in groepsverband door middel van een korte maar intensieve training een aantal nieuwe vaardigheden leren om te voorkomen dat ze in de problemen raken. Daarnaast besteden we aandacht aan het vergroten van de vaardigheden die men al gedeeltelijk beheerst, waardoor men in het dagelijkse leven beter zal gaan functioneren.
De training bestaat uit acht bijeenkomsten van 2½ uur (voor een groepstraining) en acht bijeenkomsten van een uur voor een individueel programma.
Er wordt een stroomdiagram gemaakt van de bezigheden van de deelnemer.
Tekortkomingen worden geïnventariseerd en men wordt gestimuleerd om gericht te werken aan het opheffen van deze tekortkomingen.
Risicofactoren en beschermende factoren worden in beeld gebracht en inzichtelijk gemaakt.
De belangrijkste: Sturing en rolpatronen, beïnvloeding van de buurt, en van anderen, media, trends, waarden en normen van de directe leefomgeving, irrationele en morele redeneringen, seksualiteit, financiën, drugs- en alcoholgebruik.
De deelnemer krijgt handvatten aangereikt hoe hij of zij hiermee in de samenleving kan omgaan.
De Sociale Vaardigheidstraining is gebaseerd op het competentiemodel.
Mensen zijn competent als ze over voldoende vaardigheden beschikken om de taken waarmee deze in het dagelijkse leven geconfronteerd worden op adequate wijze in kunnen vullen.
De deelnemers brengen hun vaardigheidstekorten in beeld. Deze vaardigheidstekorten vormen het vertrekpunt voor de training.
Er wordt gewerkt aan gedragsbeïnvloeding met behulp van:
I. Operante leertheorieën
II. Sociale Leertheorieën
III. De zelfbepalingstheorie
I. De operante leertheorie
Om jongeren vaardigheden te leren, gebruikt de trainer principes uit de operante leertheorie. Dit model gaat uit van het S-R-C model (Stimulus-Respons-Consequentie).
Als de consequentie aangenaam is werkt die als een versterker van het gedrag.
Omgekeerd als een verzwakker van het gedrag.
Middels dit model is het dus mogelijk om adequaat en inadequaat gedrag op te sporen en te analyseren.
De operante leertheorie laat zien hoe je gedrag kunt versterken of afzwakken.
Vervolgens kun je in de oefeningen dit gedragmodel ook praktiseren (belonen en straffen). Hierbij behoren een aantal technieken.
Een helder hulpmiddel hierbij is het ontwikkelingskompas van Furst.
Het ontwikkelingskompas geeft de begeleider concrete aanwijzingen om bepaalde handelingen in het leerproces toe te passen.
II. De sociale leertheorie
De sociale leertheorie wijst op de mogelijkheden om nieuw gedrag te leren door iemand na te doen. Deze theorie verwijst naar een aantal technieken die worden gebruikt om gedrag te beïnvloeden zoals modelling. De trainer demonstreert een vaardigheid. Hiermee wordt ook duidelijk dat de trainer als rolmodel belangrijk is.
III. De zelfbepalingstheorie
De zelfbepalingtheorie gaat er van uit dat iemand invloed heeft op zijn eigen gedrag.
Het is mogelijk, het eigen gedrag te versterken of af te zwakken door b.v. een bepaalde negatieve of positieve waarde aan je persoonlijke kwaliteiten toe te kennen. Om jezelf bewust te worden van de wijze waarop je dit gedrag beïnvloedt moet je een aantal vaardigheden leren:
• zelfobservatie
• zelfevaluatie
• zelfversterken of zelfafzwakken
Uiteindelijk mondt dit uit in een handelingstheoretisch kader.
De trainers van bureau GRIP beschikken over een scala van technieken en leervormen (afgeleid van en ontwikkeld vanuit het theoretisch kader) om de gedragstrainingen te realiseren.
Na afloop krijgt de opdrachtgever een rapport over de deelnemers met daarin opgenomen een aantal verschillende aanbevelingen voor de toekomst.
De SoVa training is ontwikkeld door het Peadologisch instituut.
De hierboven omschreven SoVa training is speciaal voor onze doelgroep aangepast door medewerkers van bureau GRIP.

Meer informatie over deze cursus? Klik hier.